Door: Noa Ponds, arts en oud coachee van Arts in Balans
Vlak voordat ik mijn eerste baan als basisarts startte, kreeg ik een boek cadeau. The
House of God, door Samuel Shem. Een bestseller en “must-read” voor de
beginnende dokter. Het zou een goed, maar vooral sinister inkijkje geven in hoe het
werkende leven eruit zou komen te zien. Geen schouderklopje, maar meer – maak je borst maar nat!
Het boek is geschreven in 1978 en speelt zich in een Amerikaans ziekenhuis in de
jaren zeventig. Toch zijn de ‘Laws of the House of God’ – de opgestelde
overlevingsregels van de fictieve resident ‘The Fat Man’ – vandaag de dag nog
accuraat.
Law III – At a cardiac arrest, the first procedure is to take your own pulse (1).
Oftewel: zorg eerst voor jezelf, voor je voor anderen zorgt. Geschreven met zwarte
humor, maar de boodschap is messcherp. Paradoxaal genoeg, is dit precies wat we
als (jonge) dokters vaak lijken te vergeten.
Law IV – The patient is the one with the disease (1).
De patiënt heeft de ziekte – niet de dokter. Ook dit klinkt logisch, maar is dit wel echt
zo? Hoeveel jonge artsen lopen niet rond met klachten die ze bij hun patiënt direct
zouden herkennen? Vermoeidheid, prikkelbaarheid, het gevoel elke ochtend al
achter de feiten aan te lopen, voordat de werkdag begonnen is.
The House of God zorgde in 1978 voor veel commotie onder oudere artsen, maar
werd omarmd door jonge dokters die zich herkenden in de beschreven taferelen in
het boek. Het boek legde een systeem bloot dat zijn medewerkers schaadde.
En nu, vijftig jaar later? Nederland is geen Amerika, maar de cijfers laten zich moeilijk
wegkijken. Een kwart van de jonge artsen loopt rond met burn-outklachten (2). Bij
huisartsen is dat veertig procent (3). Twee derde denkt er zelfs aan eerder te stoppen (4).
Samuel Shem zou er niet van opkijken.
Maar er gebeurt ook iets dat in 1978 ondenkbaar was.
Steeds meer (jonge) artsen spreken zich uit. Niet alleen onderling, in de
wandelgangen – maar hardop en zichtbaar. De generatie die nu de werkvloer
betreedt, zoekt het gesprek dat vroeger minder vanzelfsprekend was. Ze stellen
grenzen, ook als dat schuurt. En zonder schuring geen glans.
Dat is een kracht. Kwetsbaarheid tonen is niet de afwezigheid van kracht, maar de
moed hebben om te zeggen wat je ziet – ook als dit ongemakkelijk is. Je kop wél boven het maaiveld uit durven steken en afwijken van de norm waarin je gewoon
doorgaat. Omdat het er nu eenmaal bij hoort.
En precies daar ligt een kans. Want kwetsbaarheid werkt twee kanten op. De jonge
dokter die durft te twijfelen leert sneller. De ervaren dokter die dat herkent en
uitspreekt, geeft meer mee dan welk protocol dan ook. Zo ontstaat er langzaam iets
dat in het ziekenhuis van Samuel Shem ver te zoeken was – een werkvloer waarop
generaties van elkaar leren.
Het systeem verandert niet in één keer. Maar grote veranderingen beginnen klein. Bij
één gesprek. Bij hoe jij omgaat met twijfel, je eigen waarden en grenzen. Vitale
dokters maken vitale dokters. Misschien krijgt de volgende generatie alsnog
datzelfde boek cadeau. Maar dan met een schouderklopje erbij.
1. S. Shem, The House of God, Richard Marek Publishers, 1978.
2. De Jonge Specialist, Nationale a(n)ios enquête Gezond en veilig werken 2024, enquête, 2024.
3. N.C. Verhoef, Dutch General Practitioners and their Burnout: A study into its origins and
consequences, proefschrift Open Universiteit Heerlen, 2024.
4. Vereniging van Praktijkhoudende Huisartsen, Tweederde van de huisartsen overweegt te stoppen
vanwege werkdruk, enquête, januari 2022.
